De pool en de WC

dinsdag, februari 24, 2015 0 0

24 mei 1995 - Klaas HazenootWoensdagmiddag 24 mei 1995, klaslokaal groep 8, Lucas van Leyden School in Leiden. Op mijn bureau heb ik het Paninialbum ‘Voetbal ‘95’ liggen. Van mijn ouders mag ik nooit zo’n album. Zonde van je geld. Maar dit seizoen heb ik stiekem een album in mijn laadje op school. Met zakgeld koop ik na school wat pakjes. En soms, als ik van mijn moeder boodschappen moet doen en met 25 gulden naar de supermarkt word gestuurd, gooi ik een stuk of wat pakjes in mijn mandje. Een bonnetje kan ik mijn moeder daarna niet overleggen.

Die ochtend ruil ik met Thijs, die een echt Ajaxshirt aanheeft en waar ik stikjaloers op ben, eindelijk de sticker waar ik al het hele seizoen op wacht. Hij twee PSV-stickers van mij – Menzo en Nilis – ik Frank Rijkaard. De enige die ik nog moest van Ajax. Eindelijk heb ik het plaatje van mijn favoriete speler. De speler die Ajax in Europa bij de hand nam. Niet Litmanen, hoewel hij briljant is in de twee poulewedstrijden tegen AC Milan. Niet aanvoerder Blind. Niet de broertjes. Niet Seedorf of Davids. Ik kijk minutenlang naar het plaatje dat ik al sinds het begin van het schooljaar zo graag in wilde plakken. Op de foto is het nog zomer. Augustus 1994. Rijkaard kijkt wat stuurs voor zich uit. Zijn pijpenkrullen hangen stijlvol langs zijn voorhoofd, de zijkanten van z’n hoofd zijn opgeschoren. Het kapsel heeft hij zich tijdens het WK in Amerika laten aanmeten; het was er warm. Wat zou hij denken op de foto? ‘Jammer van het WK’? ‘M’n laatste seizoen, met zo’n jonge ploeg, had ik bij Milan moeten stoppen…’?

Lees meer…

Wenen van spijt

vrijdag, februari 20, 2015 0 0

Wenen van GelukMet terugwerkende kracht is het voor mij vooral een beetje Wenen van spijt. Het zit zo. Mijn vader was voor Feyenoord (daar kon hij verder ook  niks aan doen. Eigenlijk was hij fan van Van Hanegem en zo Feyenoord-fan geworden). Mijn broer en ik waren en zijn voor Ajax. Maar het ging er niet zo fanatiek aan toe bij ons thuis. Teletekstsupporters (dat zou je tegenwoordig waarschijnlijk Facebook-supporters noemen) waren we eigenlijk. Onze stadionbezoeken bestonden vanaf half jaren ’80 vooral uit de wedstrijden die FC Den Bosch destijds tegen Ajax speelde. Later gingen we incidenteel eens naar een wedstrijd. We wisten eigenlijk ook niet echt de weg in kaartjes-koop-land.

In 1987 won Ajax de Europa Cup II en was ik te jong om alle wedstrijden te zien. Vaak zag ik het einde niet omdat ik naar bed moest. Laat staan dat ik in het stadion zat. In de zomer van ’94 ging ik op kamers naar Nijmegen. Ik hoefde niet meer op tijd naar bed, had een goedkope kamer en een OV. Ideaal dus om de wedstrijden van Ajax te bezoeken, zou je zeggen. Helaas is het dat jaar maar bij twee wedstrijden gebleven; twee keer speelde Ajax tegen NEC in het Goffertstadion en daar was ik dan weer wel bij (in het Ajax-vak. Gewoon met het fietsje naar het Goffertpark. Clubcards kende men nog niet). En eigenlijk had ik daar ook helemaal niet zo’n problemen mee. Ik zag alle wedstrijden op TV en genoot volop. Het kon allemaal niet op die jaren.

Lees meer…

Kindercola en een roze koek

vrijdag, februari 13, 2015 2 1
Wenen van Geluk

Nick Hoekman in 1996

Eigenlijk zou ik jullie willen vertellen dat ik de finale heb gekeken bij Café Nol, dat ik na het puntertje van Patrick werd bedolven door 35 cafébezoekers en dat het volgende moment dat ik mij kan herinneren er ineens een getatoeëerde beeltenis van Tarik Oulida op mijn jukbeenderen bleek te zitten terwijl ik beduusd probeer te ontwaken in een, wat later blijkt, tweepersoonsbed in het Amstel hotel met om onverklaarbare redenen aan mijn zijde toenmalige burgervader Schelto Patijn tezamen met vijf vrouwen uit het -ik gok- Oostblok die her en der over de kamer verspreid lagen.

Helaas was ik destijds slechts negen jaar en keek ik de wedstrijd onder het genot van een glas Raak kindercola en een roze koek in een door mijn oma gebreide trui waarop zij het logo van Ajax had geborduurd. Oh, en in de rust kregen we bitterballen met een klein Ajax vlaggetje, een kinderhand is snel gevuld.

Negen jaar, dan beleef je het voetbal ook heel anders. Ik deed de rest van de avond, tot grote ergernis van mijn vader, in de woonkamer een eigen interpretatie van de karatetrap. In tegenstelling tot het duel tussen Dessaily & Litmanen of de imitatie hiervan namens Ome Louis raakte hier wél iemand geblesseerd. Nou ja, iemand. Iets. Een prachtige vaas met bloemen raakte dusdanig geblesseerd dat slechts een trieste aftocht naar de glasbak haar verdere wapenfeit van die avond was. Tevens ook die van mij, want Nickje was dusdanig geschrokken van het rondslingerende glas dat hij een plek bij vaders op de bank een meer dan uitstekend idee vond. Met natte sokken, uiteraard.

Ik weet nog dat ik de hele dag nerveus was, de avond vóór de finale kon ik niet slapen. Een gevoel van zitten in de wachtkamer bij de tandarts, met op de achtergrond een boor die zijn werk iets te serieus neemt, en het gevoel dat je als klein menneke had de de dag voor pakjes avond maakten zich meester over mij.

Op woensdagmiddag heb ik de finale wel 10/15/20x zelf gespeeld. Op een grasveldje en een tango, lekker old school. Van de wedstrijd zelf kan ik me eigenlijk niks meer herinneren, behalve dat ik ná de overwinning met mijn vader de polonaise liep bij onze buren. Die zijn voor een niet nader te noemen club uit een stad met een pietluttige haven.

De midden jaren ‘90, mijn debuut als supporter. Toen het nog normaal was dat we ploegen als Real Madrid kapot speelden, dat verliezen uitzonderlijk was en we minimaal de halve finale van de Champions League haalden.

Nog steeds ben ik trots op de woorden de Louis destijds sprak: ‘We zijn de beste’.
En ooit, ooit komt er weer een dag, dan zijn we de beste. De beste van Turijn, de beste van Londen, de beste van München, de beste van Madrid en de beste van Barcelona.

Want, wij zijn Ajax. Wij zijn de beste.

Deze anekdote is geschreven door Nick Hoekman (1985), Twitter: @nickhoekman

Wil je ook je Wenen 1995 verhaal met ons delen? Zet het op papier (hou het kort, maximaal 700 woorden) en neem contact met ons op.

Tussen bloedmooie meiden en Amsterdam-Zuid guys

vrijdag, februari 6, 2015 0 0

dr.Alban sing halleluja!Ook twintig jaar geleden begrepen wij al dat met alleen maar zuipen in de kroeg wij niet oud zouden worden. Daarom vormden wij met elkaar een basketbalteam, sloten ons aan bij een vereniging, zochten en vonden een sponsor en weldra beschikten wij ook over de coach van de Amsterdam Astronauts, de toenmalige Amsterdamse basketbalploeg die in de eredivisie van het basketbal uitkwam.

Toch waren wij het slechtste team van Amsterdam e.o. en ver, ver daarbuiten. Ons enige wapen was onze schoonheid, het team bestond voornamelijk uit bloedmooie meiden, en ik…. Al deze bloedmooie meiden hadden verkering, behalve ik. Ook toen al had ik een redelijk mislukt liefdesleven. Ze hadden verkering met authentieke Amsterdam-Zuid jongens. In vele gezelschappen was en ben ik altijd one of the guys, met name omdat ik me redelijk goed staande houd daar waar het over voetbal gaat. Bij de Amsterdam-Zuid jongens lukte dat niet. En toch heb ik de mooiste avond van mijn leven beleefd tussen deze bloedmooie meiden en hun Amsterdam-Zuid vriendjes. Een van de jongens beheerde het jeugdhonk op het Vossius Gymnasium. Het zal geen jeugdhonk geheten hebben, het zal ongetwijfeld een chiquere naam gehad hebben. Of het de meest ideale locatie was om De Finale te bekijken kun je achteraf in twijfel trekken, maar in ieder geval konden wij het beter zien dan in een kroeg.

De aandacht van de bloedmooie meiden verslapte weldra; ik probeerde maar one of the guys te worden. Maar de Amsterdam-Zuid guys bleven mij zien als een meid, niet eens een bloedmooie, nee, gewoon een meid. Met een meid praat je niet over voetbal. En dat terwijl ik de enige van het hele gezelschap was die elke zondagmiddag vanaf de Spaarndammerbuurt naar de Watergraafsmeer fietste , walkman, met een TDK cassettebandje erin, op mijn oren. Dr. Alban moest ik in dat half uur fietsen naar De Meer horen, anders zou Ajax verliezen. Een shuffle functie kende mijn walkman nog niet, dus het was redelijk goed te manipuleren, waardoor ik altijd ergens op de Ceintuurbaan luidkeels “Sing hallelujah” mee brulde, en dus toen al zeker was van de overwinning. Bij De Meer stalde ik mijn fiets in een steeg in Betondorp, ik kocht een Mars en een kartonnen beker cola en nam plaats op Vak E. Altijd helemaal alleen, maar op het vak altijd one of the guys. Terwijl de Amsterdam Zuid guys nog met hun bloedmooie meiden brak in hun bed lagen, proefde ik de zweetdruppels van Finidi als hij rakelings langs scheerde. En in de eigen habitat van de Amsterdam-Zuid jongens zag ik de legendarische wedstrijd tegen Bayern München met o.a. die geweldige goal van Finidi na het befaamde overstapje van Litmanen. Potverdorie, ik had die avond in het jeugdhonk van het Vossius toch wel degelijk recht van spreken?

Al mijn frustratie verdween en maakte in de 83ste minuut plaats voor ultieme extase! Na afloop van de wedstrijd trokken we de stad in, dronken van geluk en bier. Ik moest mijn gevoel delen met mijn toenmalige beste vriendinnetje. Mobiele telefoons bestonden nog niet, maar gelukkig stond op een pleintje in De Pijp een telefooncel. Ze was niet thuis, maar ik sprak, nee brulde, haar antwoordapparaat in. Iets over het mooiste gevoel van mijn leven. Dat er niets zou zijn dat dit gevoel zou kunnen overtreffen, zelfs geen huwelijk of bevalling.

Mijn vriendin beloofde het bandje te bewaren, zodat ze het ooit kon laten horen op mijn bruiloft. Het bandje is nog steeds niet afgespeeld. Dat maakt niet uit, want het mooiste moment van mijn leven heb ik al meegemaakt, 24 mei 1995. De bloedmooie meiden, hun Amsterdam-Zuid vriendjes, ze vervagen.

Maar die avond, dat gevoel, dat vervaagt nooit.

 Deze anekdote is geschreven door Natascha Stroo (1971), Twitter: @Natas_Stroo

 Wil je ook je Wenen 1995 verhaal met ons delen? Zet het op papier (hou het kort, maximaal 700 woorden) en neem contact met ons op.

Wijk aan Zee

donderdag, februari 5, 2015 0 1

Wijk aan Zee16 jaar was ik op die 24e mei in 1995. Samen met vrienden op pad richting de feestweek in het fijne kustdorpje Wijk aan Zee. Dit volksfeestje viert men midden op een dorpsweide met een kleine kermis en een grote biertent. De kermis was die avond vrijwel verlaten, de tent daarentegen was ramvol. Het finaletreffen tegen AC Milan was daar te zien op een groot scherm. Midden op een weiland. Het was prachtig en vooral zenuwslopend spannend. Ik herinner me nog de oehs en aahs op een cruciale redding van Edwin van der Sar op een inzet van Danielle Massaro. Pfff! Handen voor de ogen, mensen die angstig met de rug naar het scherm staan. De karatetrap van Louis van Gaal die herhaaldelijk in slow motion voorbij kwam. En dan: het puntertje der puntertjes. Een ontploffende feesttent en vliegend bier. Vuurwerk op de weide, rookbommen en fakkels. Ik werd door totaal vreemden omhelsd en omhoog getild. Er was vuurwerk, rookbommen en vooral pure ontlading. Op het scherm een huilende en juichende Kluivert die door Frank Rijkaard weer tot scherpte werd gemaand. Alles zat er op en er aan. Wij zijn Ajax, wij zijn de beste.

Dit verhaal is geschreven door Floris Roos (1978). Twitter: @FlorisRoos

Wil je ook je Wenen 1995 verhaal met ons delen? Zet het op papier (hou het kort, maximaal 700 woorden) en neem contact met ons op.

Morten en ik

dinsdag, februari 3, 2015 0 2

De UnitasIn de aanloop naar de avond van 24 mei 1995 hadden Morten (hij heet eigenlijk Maarten, maar sinds Olsen voor mij dus niet meer) en ik al ruim een jaar om elkaar heen gedraaid. Sinds respectievelijk de seizoenen ´92-´93 en ´93-´94 waren we beiden lid van studentenvereniging Unitas Amsterdam, gevestigd op ´de boot´ in het Oosterdok, onbestuurbaar in meerdere opzichten, dobberend aan wat roestige kettingen, voorbij Het Botel en de drijvende Chinees, ter hoogte van het PTT-gebouw. Dé boot, het enige échte indrukwekkende schip aldaar, nog van toen er geen groenige NEMO boeg kunstmatig werd aangemeerd.

Het (o, wijs) lot had al voorzien dat wij meteen ook maar bij hetzelfde dispuut moesten horen. Van elkaar wisten we daarna vrij snel dat we allebei een oogje op Ajax hadden. Op de sociëteit e.o. ouwehoerden we er echter vaker over heen, want bier en studentikoos vrouwvolk waren véél interessanter. Van het groeien van een echte Ajax-band leek dan ook maar moeizaam sprake te worden. Nog veel liever dansten we, samen en goéd ook…. óp het podium van de sociëteit, als de DJ van dienst disco zijn bekraste cd-single´tjes weer eens door de speakers liet kraken. En dan lallen en wijzen naar de studentes met in je ene hand en in je andere hand wél een sappige blondine. Zo rommelden we anderhalf jaar door met elkaar. Maar de poulewedstrijden keken we desondanks niet eens samen! Op een enkele keer na dan, via een groot scherm op die dobberende schuit, met een hele hoop pottenkijkers erbij. Van echte toenadering tussen ons was dus nog geen sprake.Het kwam zelfs zover dat Morten de finale niet eens op het grote scherm op ´de boot´ kwam kijken!

Door de wedstrijdspanning was er geen ruimte voor welke andere vorm van spanning dan ook… Maar hij miste mooi wel mijn extatische euforie na de goal, die mij, rennend als een scorende Kluivert, linea recta van de ene, naar de andere kant van de boot deed snellen om uitvoerig en langdurig aan de vermaledijde kroegbel te gaan hangen en zodoende de laatste guldens uit mijn met biermodder besmeurde spijkerbroek te spenderen. Morten miste dus ook mijn wél heul groot rondje bier!

Maar hij, en velen met hem, snelden zich alsnog voor een fikse afterparty (heette dat toen al zo?) naar de sociëteit. Want het was feest! Ajax, de beste van Europa! En toen gebeurde ‘het’: Ik weet nog pre-cies het stukje vierkante meter in de sociëteit… Juichelend (juichen en huilen tegelijk) renden we in versnelde slow-motion op elkaar af, omhelsden elkaar stevig en victorieus om… elkaar nooit bmeer los te laten, voor onze gezamenlijke liefde: Ajax! En daar moest op gedronken worden, hi-ha-ho. En wild gedanst uiteraard, geen enkel podium was ons meer te hoog! We waren verliefd, samen, op Ajax!!

Na onze frivole eerste zes jaren verkering samen, waarin we zo´n 50 wedstrijden als LAT-relatie bezochten, zijn we sinds het seizoen 2001-2002 in de echt verbonden via een seizoenskaart. Eerst op vak 425 en sinds een paar jaar (“verplicht”) op vak 410. Wat dus niet écht 410 is, maar waarmee we beiden (inmiddels begin veertigers, kalende en met buik) nog geregeld bekenden en onbekenden mee de stuipen op het lijf jagen! (ze zien het inderdaad niet voor zich en dat zien ze helemaal goed).Voor het veertiende jaar op rij gaan we (ik ´sjempre positifo´, hij ´sjempre negatifo´) nu saampjes trouw naar de ArenA. Nog steeds last hebbende van rumoerige pottenkijkers van divers allooi, een immer knallende DJ met krakerige plaatjes en vrouwvolk thuis op de bank. En we drinken vaker dan ons lief is een smakeloze koffie of choco in plaats van zo’n sappige blondine. Maar wel áltijd met een traditionele stroopwafel, de ´superkanjer´, te verorberen vóór de wedstrijd (want dat is één keer faliekant misgegaan, zowel op als naast het veld)! Nog geregeld vallen we elkaar stevig omhelzend in de armen, net als toen. Écht geweend van geluk is er ook nog een keer, in een meimaand, alweer bijna vier jaar geleden. En dan hoofdzakelijk door ondergetekende. Wat ouwe gabber Morten me geregeld nog nadraagt. Voor geen cup met de grote oren had ik dit allemaal willen missen…

Dit verhaal werd geschreven door Norman Mazel (1973), Twitter: @Normanito1

 Wil je ook je Wenen 1995 verhaal met ons delen? Zet het op papier (hou het kort, maximaal 700 woorden) en neem contact met ons op.