De langste 24 mei ooit.

dinsdag, mei 12, 2015 0 0

ajax milan24 mei 1995. Nee, we hebben geen kaart. Nee, we zijn niet in Wenen. De hele dag loop ik, tegen mijn gewoonte in, in een Ajaxshirt. Als ik ergens een hekel aan heb, zijn het mannen met een voetbalshirt aan. Zo zielig. Zenuwachtig, al tijdens het opstaan.

Tot drie uur ’s middags zie ik elke voorbeschouwing, alle beelden van eerdere wedstrijden, controleer nog een keer de videorecorder zodat de hele wedstrijd én nabeschouwing opgenomen kan worden en twijfel ik waar ik de wedstrijd zal zien. Thuis met papa? In mijn stamkroeg Emmelot? Leidseplein? De kans dat ik, net als in 1992, nauwelijks iets kan zien, wil ik dat? Het wordt het groepje met wie ik menig Europese uitwedstrijd heb gezien, een vast groepje, noem het bijgeloof. Het huis vol, paar kratten bier, een literfles Feigling achter de bank maar binnen handbereik. Door de spanning duurt de wedstrijd lang, het kruipt. Zweet staat op het hoofd, het wordt steeds stiller in huis. Het enige wat moeiteloos naar binnenglijdt is de Feigling.

Als ineens, na een halve kans Rijkaard een een-tweetje wil aangaan, het leven even stil lijkt te staan… Een orkaan van geluid, kippenvel, tranen! Met twee man om mijn nek probeer ik van de grond te komen. Ik zie nog net iemand de tuin in rennen om zonder vaart te minderen het slootje achter de tuin in te springen. De laatste minuten probeer ik op te zuigen met klamme handjes, een zeer hoge hartslag en tranen. Als iemand om Feigling vraagt laat ik de inmiddels lege fles onder de bank verdwijnen. “Nee, ik heb ook geen idee waar die fles gebleven is.” Opnieuw klinkt een orkaan van geluid. Ik zie mannen huilend in elkaars armen vallen, mannen die gillend door de kamer rennen, mannen die elkaar knuffelen, zoenen. Mannen die de sloot in rennen. Ik sta aan de grond genageld. Ik kan niet, niets. Ik zie met betraande ogen het feest op het veld, in het stadion. Om mij heen is vreugde. Pas nadat Danny Blind de cup met de grote oren vast heeft besef ik wat er is gebeurd. Ajax is de beste van Europa. AJAX! Ik glijd van de kruk, pak een pot bier van de tafel en verlaat de groep om in een soort trance mijn feest te kunnen vieren. Voor de kroeg staat een massa te zingen en in no-time sta ik met meerdere bekertjes bier in handen. Even later val ik in de armen van mijn vader, een knuffel. We kijken elkaar aan, een grote grijns op ons gezicht, bij allebei staat de emotie vochtig in de ogen. Na de toost volgt eindelijk de ontlading, vanuit mijn tenen, tot zeker vier straten ver te horen.

25 mei 1995. Het is zes uur, alle kroegen zijn inmiddels gesloten. In de bus zit werkend Huizen, op weg om ergens op kosten van de baas de dag door te brengen. Een uurtje later dwaal ik langs de grachten in Amsterdam. Het Museumplein trekt als een magneet. Ondanks het tijdstip loopt geregeld een groepje in de directe omgeving, er zijn meer die de nacht hebben overgeslagen. Het Leidseplein ligt bezaaid met vertrapte plastic bekertjes. Overal zie ik plukjes vooral dronken mensen, een aantal slaapt de roes uit. Diegene die wel wakker lijken iedereen te feliciteren die langsloopt. Sommigen proberen nog een lied in te zetten maar het krijgt zelden nog bijval. Een enkele voorbijganger kijkt met afschuw naar de tramhokjes. Een stukje verder richting Museumplein kan ik bij een kennis een kop koffie scoren en een fles cola voor de nadorst. Het is negen uur als ik het Museumplein op kom lopen. De eerste duizenden staan tussen mij en het podium. De supermarkt aan de Van Baerlestraat is net open en doet direct goede zaken. Het lijkt wel Koninginnedag; de schappen voor bier en frisdrank worden snel bijgevuld, zelf beperk ik het tot broodjes en een fles water. Het Museumplein stroomt snel vol. Veel mensen met kleine oogjes en een bleek gezicht. Ik wil niet weten hoe ik er op dit moment uitzie. Op het podium is het voorprogramma voor de huldiging al begonnen maar ik behoor niet echt tot de doelgroep. Hier en daar passeert een bekende, worden handen geschud of een knuffel gegeven en al snel staan vrienden om mij heen en is het eerste biertje in mijn hand gedrukt. Het plein staat vol met mensen, er wordt trots omgeroepen dat er inmiddels zo’n 200.000 mensen op het plein staan en wanneer een vliegtuig boven het plein een rondje vliegt volgt een luid gejuich gevolgd door ‘Ajax bedankt’. Het zonnetje schijnt en de combinatie van een nachtje doorhalen en het bier begin ik aardig te voelen. Letterlijk in een roes beleef ik de huldiging en als Ajax zich gaat opmaken voor de grachtentoer verlies ik mijn vrienden in de drukte. Ik vang drie keer een glimp op van de rondvaartboten en na de derde keer wordt het tijd om naar huis te gaan. Languit op de bank kijk ik de nabeschouwing terug van gisteravond terug. En op het moment dat mijn luikjes vandaag definitief willen gaan sluiten gaat de deurbel…: Mijn vrienden! Omdat ik niet in café Emmelot was kwam ze hier maar even checken of ik veilig thuis gekomen was. Vrijdagmorgen 26 mei rond een uur of drie komt er eindelijk een eind aan 24 mei 1995…

Deze anekdote is geschreven door Edwin Westland (1973). Twitter @Edjestheater

Wil je ook je Wenen 1995 verhaal met ons delen? Zet het op papier (hou het kort, maximaal 700 woorden) en neem contact met ons op.

Reacties

reacties

Je kunt niet reageren.