Eenzaam in Frankrijk

donderdag, maart 5, 2015 0 0

franse vlagIn januari 1994 belandde ik als dienstweigeraar in Amsterdam. De cultuurshock was voor een Tukker groot. In een discussie werd ik op mijn plaats gezet: “Jullie daar in de Achterhoek..”. Bijdehand antwoordde ik dat de Achterhoek voor Amsterdammers bij Utrecht begint. “Utreg? Diemen zal je bedoelen”, was het antwoord.

Voor een Ajax-fan is wonen in de hoofdstad natuurlijk geen straf. Maar omdat ik zelf voetballen ook nog erg leuk vond, maakte ik het seizoen af bij mijn eigen clubje, vierde klasse B Oost. Elke vrijdagmiddag en zondagavond in de trein. Ik zag mijn favoriete club dus niet vaak. Een inhaalweekend waarin Ajax wel speelde en ik niet, een wedstrijd van het tweede op maandagavond (“Stanley, naar vooore!”, schreeuwde men naast me) en een jeugdwedstrijd op zaterdag. Musampa speelde als A-junior Feyenoord helemaal weg. De thuiswedstrijd van Volendam tegen Ajax in het Olympisch stadion was ook bijzonder. Veertigduizend Amsterdammers, de scheidsrechter die in de eerste minuut fluit voor buitenspel en een Amsterdammer die hem meteen luidkeels beschuldigt een thuisfluiter te zijn. Volendam won wel.

In al mijn wijsheid besloot ik na de zomer een cursus te doen op woensdagavond. De cursus zat vol in Amsterdam en ik moest naar Utrecht elke week. Ik miste dus elke week de Champions League. Nu had ik daar niet zo veel verwachtingen van, de uitschakeling tegen Parma het seizoen daarvoor in de kwartfinale van de Europacup 2 was normaal in die tijd. Maar ik kocht toch een videorecorder, nam de wedstrijden op en zat dus om elf uur ’s avonds met mijn walkman in de tram naar huis, hoofd naar beneden om maar geen Ajax-supporter te zien of horen, ik wilde de wedstrijd ‘live’ zien. Om half twaalf begon voor mij de avond Champions League.

De  twee wedstrijden tegen Salzburg waren dramatisch, ik viel in slaap voordat het rust was, maar de winst in Triest was geweldig. Ik was blij met mijn videorecorder. In 1995 moest ik op zoek naar werk. Dat viel niet mee, de economie was niet veel beter dan de afgelopen jaren en het duurde een paar maanden voordat ik besloot een contract te tekenen om in Frankrijk te werken. Kinderen vermaken op een camping had ik al vaker gedaan, mooie omgeving, beter dan thuis zitten.
De halve finale tegen Bayern München zag ik nog in Twente, daarna ging ik met rugzak op weg naar de Vendee. In de Franse krant las ik dat Feyenoord in de eigen Kuip nog even vernederd was, ik moest op zoek naar een televisie. Achter de campingkantine zat een televisiehok. Daar zat ik dus op 24 mei 1995 ruim voor de wedstrijd, op zoek naar een voorbeschouwing, sfeerbeelden of welk nieuws uit Wenen dan ook. Niets van dat alles. Een minuut voor de wedstrijd begon de Franse tv pas met de uitzending.

Geen van mijn Engelse collega’s had enige interesse in voetbal, geen Fransman vond de wedstrijd boeiend genoeg om te kijken, helemaal alleen zat ik te kijken naar een zenuwachtig spelletje van twee teams die beide niet het niveau haalden van de rest van het seizoen. Halverwege de eerste helft kreeg ik gezelschap. In mijn beste Frans probeerde ik een gesprek over de wedstrijd met hem aan te knopen. Het lukte niet. In de rust ging hij weer weg.
Toen Kluivert eindelijk scoorde, juichte ik kort. De euforie is toch minder wanneer je alleen bent, wanneer je het met niemand kunt delen. Twee minuten na de wedstrijd was de uitzending al weer afgelopen. Mijn collega’s informeerden niet eens naar de uitslag. Een dag later heb ik nog L’Equipe aangeschaft voor wat meer nieuws. Foto’s. Reacties. De huldiging in Amsterdam kreeg ik niet mee. Slechts een paar maanden vertrokken uit Amsterdam en nu miste ik alles. Ik kon wel wenen.

Deze anekdote is geschreven door Gerben Kappert (1969), die we op Twitter vinden als @gerbie7

Wil je ook je Wenen 1995 verhaal met ons delen? Zet het op papier (hou het kort, maximaal 700 woorden) en neem contact met ons op.

Reacties

reacties

Je kunt niet reageren.