Feest in de bioscoop

vrijdag, januari 30, 2015 0 0

Op sommige momenten verraadt mijn grijzer wordende baard dat er 20 jaar zit tussen Wenen en nu zit. Soms is het de reactie van het lichaam na een nachtje doorhalen, dat er 20 jaar tussen Wenen en nu zit. Maar het duidelijkst is het zien in het verschil in balcirculatie tussen Wenen en nu. Daar lijken wel twee lichtjaar tussen te zitten. Wat ooit zo normaal leek is 680 competitiewedstrijden later alleen op dvd te bewonderen.

300 paar ogen staren gebiologeerd naar het grote witte doek. De spanning en bierlucht vullen zaal 1 van bioscoop Lumière in Enschede. In een uitverkochte zaal zitten vaders met kinderen, studenten van elders en de locals met een rood-wit hart met samen geknepen billen. De stem van Jack van Gelder schalt uit de boxen. Maar niemand luistert echt. Affluiten scheids! Hoelang nog ? Waarom fluit ie nou niet af. Het zal toch niet gebeuren…. .

De aanleiding voor de live-uitzending in de bioscoop was er een van bittere teleurstelling en grote frustratie. Toen minister Ritzen, in 1991, de studenten trakteerde op een OV-kaart wist ik direct waar mijn eerste reis  naartoe moest gaan. Vanuit Enschede naar Amsterdam centraal overstappen op lijn 9, op naar het magische stadion op de Middenweg. De vuurrode letters A.JA.X. hadden een enorme aantrekkingskracht. Binnen in het kantoortje bestelde ik met overslaande stem. Een seizoenskaart a.u.b. .Voor vak F heeft u die nog. ‘Dat is dan fl. 140,-‘.
Na mijn eerste thuiswedstrijd met seizoenskaart, ik was al vaker geweest maar nu hoorde ik er een beetje bij, werd Don Leo vervangen door Louis van Gaal Behalve dat ie eerlijk en consequent was wisten we niet zoveel van hem. Dat kwam wel goed. Zijn eerste jaar leverde de Europacup III op. Met schitterende wedstrijden in het Olympisch. Het sprookje was begonnen.
Terug naar 19-4-1995. De mooiste Europese wedstrijd die ik in het Olympisch heb meegemaakt. In een roes beleefde het stadion het gevecht tegen Bayern. Ajax nam de Zuid-Duiters in een wurggreep om pas los te laten bij 4-1. Dat ze daarna nog hun best deden om Ajax niet zomaar naar de finale te laten wandelen was geheel in lijn met hun kampfgeist. Maar spannend werd het niet meer. 5-2. We gaan naar Wenen. Zelfs André Rieu, in de rust, en Rene Froger konden daar niks aan veranderen.
De stadionspeakers stelde na afloop de supporters gerust: iedereen die naar Wenen wilde kon een kaartje krijgen. Je hoefde alleen maar Roever te bellen. Euforisch stortte we ons op de Amsterdamse nacht.

De volgende dag, we waren blijven logeren in de Bijlmer, zijn we heel naïef gaan bellen voor kaartjes. In gesprek, tuut-tuut-tuut. Het werd iets moeilijker dan gedacht. Inmiddels aangekomen in Enschede, pre-gsm- tijdperk, gingen we enkele dagen door met bellen. Tuut-tuut. Geen verbinding, is geen kaarten. Helaas.
De legendarische wedstrijd in Triëst zou mijn enige uitwedstrijd blijven. Ik ging de finale missen.
Inmiddels werd ik in Enschede daar vage bekenden gevraagd of ik ook naar Wenen ging? Zij hadden wel kaartjes en wilde ook eens naar Ajax. Leek ze wel leuk. Nee ik ging niet.

Uit frustratie en bittere teleurstelling heb ik toen besloten om mijn collega’s bij mijn bijbaantje te overtuigen van het historische moment. Zou het niet mooi zijn om de bioscoop om te toveren tot een kolkende arena?

Mooi werd het zeker. In de 83e minuut punterde Kluivert Ajax naar de winst van de Europacup I. Het dak van de bioscoop knalde er bijna af. Het was niet zo mooi als in het stadion in Wenen, maar ik had deze ervaring voor geen goud willen missen. Ajax bedankt.

Deze anekdote werd geschreven door Steve van den Boogaard (1969)

Wil je ook je Wenen 1995 verhaal met ons delen? Zet het op papier (hou het kort, maximaal 700 woorden) en neem contact met ons op.

 

Reacties

reacties

Je kunt niet reageren.